Vlucht

Kamer 10, 12 augustus 2014

Naam? Meneer Karel Vogel
Leeftijd? Eind de vijftig
Uiterlijke kenmerken? Rijzige man, licht voorovergebogen houding, bril met fijn montuur, grote rimpels op het voorhoofd.
Bijzonderheden? Laat geen sporen achter, zelfs amper kreukels in het bedlinnen. Draagt handschoenen in de lente.


Ik ben er vier jaar geleden mee begonnen. Mijn vrienden dachten dat ik in een vroegtijdige midlifecrisis gesukkeld was. Maar het leek mij een goed plan. Van zodra ik het bordje met ‘te koop’ zag blinken, belde ik de eigenaars op.

Ik heb altijd graag mensen gadegeslagen. Ik deed niets liever dan op een zonnige namiddag op een bankje naar voorbijgangers kijken en hen een fictief leven toedichten. Of ze getrouwd of gescheiden waren, of iemand op hen wachtte thuis, of ze naar de diepvriespizza’s of de verse tomaten in de supermarkt graaiden. Met het hotel zou ik meer kunnen doen dan gissen naar het bestaan van vreemden. Ik zou een glimp opvangen van wat er in de coulissen van hun levens gebeurde. Zodat ik vooral niet aan het mijne moest denken, meende mijn kersverse ex-vriendin.

Meneer Vogel was me niet meteen opgevallen. In het begin nam ik al hun gezichten en gebaren in mij op. Ergens lieten ze altijd wel een voetafdruk in mijn geheugen achter. Maar met de tijd die verstreek en de banaliteit die weer in mijn dagen sloop, vergat ik te kijken. Gezichten versmolten en keerden terug in andere ogen tot ze een kleurrijke waas vormden. Hij was een zoveelste gast, een zoveelste vraagteken bij welke beslissing ik genomen had.

Pas toen ik hem door één van mijn kijkgaten bespiedde, begon deze man me te fascineren. De eerste keer dat hij zijn kamerdeur achter zich dichtsloeg, zette hij zich op het bed en bleef daar uren lang stilzitten. Hij bewoog amper, zijn blik was naar binnen gekeerd. Bij het bekijken van veel gasten verloor ik snel mijn interesse, bij meneer Vogel was dat anders. Voor ik het wist zat ik minuten lang naar het stille tafereel te kijken. Tot het belletje aan de inkom mij tot de orde riep.

Ik begon met het hotel na het ontslag bij de redactie. Eigenlijk wou ik schrijver worden, werken bij de krant leek me een mooi opstapje. Maar ik had geen geduld. Ik plukte inspiratie uit het nieuws en kon enorm enthousiast worden over mijn romanideeën. Maar dat verdampte al snel bij het doorklikken van artikel naar artikel, van foto naar foto, van tweet naar tweet op het wereldwijde web dat in plaats van ontrafeling alleen maar voor meer knopen zorgde in mijn hoofd.

In het begin gaf mijn nieuwe verdienste een enorme rust in mijn hoofd. Ik moest niet meer koortsig op zoek naar verhalen, de verhalen kwamen op twee benen naar mij gewandeld. Gegevens intikken, boekingen aanvaarden, uitleg geven, sleutels afgeven. Het waren kleine banale acties die me oprecht een genoegen gaven. Tussendoor bespiedde ik de gasten door mijn kijkgaten en maakte ik notities. Ik weet wel, het hoort niet. En in het begin voelde het ook verschrikkelijk fout en intiem. Maar langs de andere kant deinsden de meesten er niet voor terug om hun leven en privacy te grabbel te gooien voor Google en Instagram. De beelden die ik zag hadden geen filters. Het was ontroerend om te zien hoe al die personages ook maar door het leven strompelden.

Af en toe moest ik aan haar denken. Hoe ze opgekruld tussen verse lakens met haar staalblauwe ogen in mijn ziel prikte. Tussen ons studentenleventje door fantaseerde ik over trouwen en een huis vol blonde kinderen. En tegelijkertijd kon ik het niet aan, vergleden mijn ogen naar andere heupen en mogelijkheden. Het was te veel, al die liefde, alsof ik een walvis in een viskom moest vangen. Dus ik gaf mijn relatie en job op en swipete mezelf een andere toekomst.

Ik kon terug ademen. Al liep na een tijdje ook wel de fut uit mijn nieuwe luchtballon. Tot meneer Vogel kwam. Hij logeerde drie dagen bij ons en kwam elke avond steevast op hetzelfde uur zijn kamer binnen. Hij trok zijn leren handschoenen uit, drapeerde ze zorgvuldig over het nachtkastje en ging op bed zitten. Soms bleef hij zoals de eerste keer uren voor zich uitstaren, alsof hij antwoorden zocht in het behang. Andere keren keerde hij zijn koffer binnenstebuiten, rangschikte alles op de beddenlakens om daarna opnieuw op te bergen. Hij deed niet veel maar het leek alsof meneer Vogel op iets broedde.

Op zijn laatste dag in het hotel liet hij ongewild het meest intieme zien wat ik ooit zag. Het deed me plots alles helderder zien. Als zij zo vasthield aan die strohalm van het leven, wie was ik om het niet te doen? Ik die mijn vrijheid knuffelde als een valse teddybeer. Ik die al mijn bruggen verbrandde om daarna gemakshalve op het puin te blijven zitten. Ik die als springlevende dertiger het zekere en banale uit mijn leven wilde bannen, bedacht dat het waarschijnlijk juist dát was wat die laatste minuut door haar hoofd spookte. Haar mama die haar soep bracht als ze ziek was. De ontbijtjes met spek en eieren met haar lief. In het gras liggen mijmeren. Iemand die haar op het werk een complimentje gaf.

Meneer Vogel haalde na minutenlang gespartel zijn handen van haar ranke nek. Hij trok zijn leren handschoenen uit en drapeerde ze zorgvuldig over het nachtkastje. Na enkele uren verliet hij het hotel en vloog hij uit. Mijn pen bleef hangen boven het papier.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s